zondag 14 september 2014

Je zult het maar hebben, zo'n broer(tje)

"Die grote sterke man naast me, dat is mijn broer!", roept kleuter vanaf de achterbank enthousiast tegen eigenlijk niemand in het bijzonder. De elfjarige met ondergewicht naast hem moet er vreselijk hard om lachen en vertelt het sindsdien tegen iedereen die het maar horen wil.

Je zult het maar hebben, zo'n klein broertje dat tegen je opkijkt. En misschien nog wel bijzonderder, zo'n grote broer die zo zijn best voor je doet. Een bijna puber met eindeloos geduld voor kleine kleuterbroer.(*) Die met zijn enorme creativiteit en gevoel voor humor kleuter vaak weet te krijgen waar wij hem hebben willen, lang nadat papa en mama dat opgegeven hebben. Broer krijgt hem weer op gang als hij niet vooruit wil omdat hij alleen op de grijze tegels wil lopen en niet op de witte. Broer laat zien dat de grote glijbaan niet eng is en legt uit hoe je achteruit moet trappen om te remmen. Dat je "gloeiende pijn" moet roepen als je je stoot, en "superrrrpowerrrrrrr" als je iemand inhaalt op de fiets. De mede-kleuters begrijpen die grapjes niet altijd maar de broertjes moeten er zelf vreselijk hard om lachen.

(*) ook met zus kunnen ze allebei goed opschieten, maar daar ging het verhaal nu niet over. Wij boffen met kinderen die het zo goed met elkaar kunnen vinden en zo lief zijn voor elkaar. Meestal he, want het blijven kinderen... 

dinsdag 9 september 2014

Even stilstaan

Na een dure drukke zomer vol pretparken, dierentuinen, zwembaden en musea begon de school weer. Onnozel als ik ben keek ik uit naar de rust en de mogelijkheid mijn financiën beter onder controle te houden. In de paar dagen vóór september begon werd ik echter bestookt met "zet dit vast in je agenda" mails en rekeningen voor de nieuwe clubjes. Daarbij bleken de kinderen ook nog eens per direct niet meer in de iets langere broeken en de wat dichtere schoenen te passen en moest er geshopt worden.

Inmiddels zit de eerste schoolweek van de kinderen en de eerste werkweek van manlief bij zijn nieuwe baas er weer op. Leuk, maar vermoeiend. Vroeg op, maar nog steeds te laat naar bed. Het ritme moeten we nog een beetje vinden. Ik zelf kwam eigenlijk aan mijn eigen werk nog steeds niet toe: ik chauffeurde en regelde, holde binnen schooltijden wat heen en weer voor allerlei boodschapjes in de breedste zin des woords, en na schooltijd met van fysiotherapie naar floor.ball, van tandarts naar tennisles. Overal met minstens twee kinderen heen, omdat jongste niet alleen thuis mag blijven van mij en middelste dat na een incidentje laatst niet meer durft.

En toen was het weekend, een moment van rust. Zou je denken. Helaas is het moeilijk af te leren om steeds maar weer Leuke Dingen te willen doen. "Wanneer gaan we weer eens naar de J.ulianatoren?", vroeg dochter dus. "Ik wil nog een keer naar het Arch.eon", riep zoon. Zolang het abonnement geldig is ben ik Hollander genoeg om daar gretig gebruik van te willen maken, dus plande ik alles zorgvuldig in die twee dagen vrij in. Tussen de weekboodschappen, het afzwemmen en de gewone zwemles door. Man liet zich niet kennen en deed dapper mee. 

Tot we zondagmiddag samen met veel te veel medelanders in de rij stonden voor een of andere attractie in de Julian.atoren. De oudste twee met witte bekkies, kleuter in de contramine. Oudste, meestal onvermoeibare, zoon durfde hardop durfde te zeggen wat we allemaal dachten: hij was moe. En wanneer we naar huis gingen. 

Dus nu denk ik dat ik het door heb. In plaats van de family-planner vol te schrijven en iedereen op tijd van hot naar her te dirigeren ga ik eens nadenken over een paar rustmomentjes hier of daar. Wie weet.